Praktische tips

De vijf smaken op het menu van woordvoerders

14 nov , 2014  

Er bestaan verschillende visies en methodes bij organisaties als het gaat om de woordvoering. Wie is het vaste aanspreekpunt als de media belt? Wanneer is het niet de woordvoerder of persvoorlichter maar iemand anders die uitleg van zaken moet geven aan journalisten? Laat je altijd de bestuurders het woord doen wanneer er kritische vragen worden gesteld? Wat je vaak ziet is dat de professionele woordvoerder of communicatieadviseur de eerstelijns woordvoering doet, en daarbij journalisten op een behoorlijke afstand houdt. In sommige gevallen, wanneer het vooral de organisatie goed uitkomt en men de zekerheid heeft (denkt te hebben…) dat er geen negatief verhaal uitkomt, wordt doorgeschakeld naar iemand anders die werkzaam is bij de organisatie.

Meer smaken durven gebruiken

Het is ook afhankelijk van waar het over gaat. Calamiteiten en crisissen vragen weer om een andere aanpak dan bijvoorbeeld de mening die wordt gevraagd omtrent bepaalde ontwikkelingen die niet bepaald wereldschokkend zijn. Wanneer je als organisatie de buitenwereld naar binnen wilt halen en je je open opstelt richting journalisten, betekent dat je dus ook de ruimte moet durven creeren om je medewerkers aan het woord te laten als dat uitkomt. Zo vergroot je meteen het verantwoordelijkheidsgevoel bij overige collega’s. Natuurlijk zijn lang niet alle medewerkers geschikt hiervoor. Er bestaat een woordvoering rijk dagmenu waaruit je kunt kiezen. Het zijn vijf smaken, soms kunnen meerdere smaken op het menu van pas komen. Wanneer je welke kiest, is afhankelijk van de situatie en de vraag van de journalist:

Wanneer je van dit aanbod  gebruik maakt, kun je rekening houden met een aantal criteria om afbreukrisico te voorkomen. Zo is het wel handig als de medewerkers die je uiteindelijk aanwijst zoveel mogelijk over de volgende eigenschappen beschikken:

  • Ze kunnen goed praten, en zij vinden het ook leuk om in het openbaar te praten; ze zijn mediageniek wat inhoud dat ze naast eerder genoemde voorwaarden informatie helder en begrijpelijk kunnen uitleggen. Ook wanneer er kritische vragen worden gesteld;
  • Ze hebben een hoge ‘blijf jezelf factor’;
  • Ze hebben geen vrees voor (televisie) camera’s of microfoons;
  • Ze beschikken daarnaast ook nog eens over een groot enthousiasme (begeisterung) om over hun eigen vakgebied of specialisme te praten, en hebben overtuigingskracht.

Geen situatie is hetzelfde

Een mediatraining (die af en toe wordt herhaald) kan sowieso geen kwaad. Deze aanpak kan ook nadelen hebben. Het is daarom nuttig om bij elke nieuwe situatie afwegingen te maken. Niet iedereen communiceert even effectief dus je zult veel aandacht en energie moeten besteden aan selecteren, trainingen en begeleiding. En dan nog zie je niet altijd bij iedereen het gewenste resultaat. Als sommige mensen vaker het woord doen, kan er afgunst ontstaan en dat komt de draagkracht niet ten goede. Er kan zelfs in de beeldvorming een situatie ontstaan waarin een autoriteit op inhoudelijk gebied tevens het gezicht wordt van de organisatie. Dat kan verwarring opleveren. De leiding van zo’n organisatie kan hierdoor gedurende langere tijd onzichtbaar blijven en vooral wanneer er gescoord kan worden met onderwerpen zie je vaak dat de leiding zich juist wil profileren. Dit kan, hoe goed het soms ook is bedoeld, niet altijd het optimale resultaat opleveren in de ogen van de professionele woordvoerder. En het kan ook zijn weerslag hebben op de interne verhoudingen. Succes toegewenst, het is zeker de moeite waard om eerder genoemde smaken ook op het dagmenu van jouw organisatie te zetten. Ben benieuwd of jullie je hierin herkennen, of juist niet en waarom dan? Als je nog aanvullende adviezen hebben zijn ze welkom. (Bron: Het handboek voor nieuwsmakers)

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *