Blogs betrouwbaar zijn

Weg met die oliebollenlijstjes

29 dec , 2015  

December 2015, tijd voor kerstbrood en oliebollen, en voor de oliebollenlijst. Welke kraam verkoopt de lekkerste oliebollen? Welke bakkers stijgen of dalen op de ranglijst? Het lijstje van het Algemeen Dagblad heeft de uitstraling van een nationale oliebollentest. Ga dit jaar naar Spijkenisse want daar bakt de nummer 1!

Wij doen daar niet aan mee. Wij kopen al meerdere jaren heerlijke oliebollen bij onze favoriete bakkers. Die oliebollenbakkers komen niet in een lijst voor. Dat hoeft ook niet voor hen. ‘Wij leveren kwaliteit zonder poespas’, zeggen ze. ‘Daarom roepen onze klanten vanzelf dat we goede oliebollen bakken, dat hoeven wij helemaal niet te doen.’ Heerlijk, die mentaliteit!  Was iedereen maar zo. Maar nee, kennelijk proberen we de beeldvorming of de reputatie te beïnvloeden aan de hand van rankinglijstjes. En dan bedoelen we niet alleen de kwaliteit van oliebollen.

(semi)Publieke instellingen

Universiteiten, scholen, woningcorporaties, ziekenhuizen, ‘beste bedrijf’, ‘beste werkgever’, het gaat maar door, het gaat maar door. Geholpen door de reclame-industrie, marketeers en reputatiemanagers, want zij hebben het fenomeen uitgevonden. Eerder genoemde specialisten zetten overigens ook onbeschaamd voor hun eigen vakgebied oliebollenlijstjes in om hun navel op te poetsen. Denk aan de beste digital marketingprof of de communicatiemanager van het jaar. Wij van wc-eend adviseren wc-eend. Al die lijstjes suggereren een juist kwaliteitsoordeel en iedereen wil bovenaan staan, want dat is goed voor het imago. Maar op al die lijsten is veel aan te merken. Neem de universiteiten, die hanteren zelfs diverse ‘oliebollenlijstjes’, zoals Times Higher Education World University Rankins, QS World University Rankings, Academic Ranking of World Universities (Shanghai Index) en CWTS Leiden Ranking. Alle lijstjes hanteren verschillende parameters, waardoor iedere universiteit op elk lijstje een andere plek inneemt. Daarmee verliezen de lijstjes aan belang zou je verwachten, maar nee: ‘Als we stijgen, merken we dat de belangstelling groeit. Dalen we flink, dan hebben we hier gelijk een debat over kwaliteit’, zegt Bert van der Zwaan, rector magnificus van de Universiteit Utrecht. Hij is tegenstander van dergelijke lijstjes, maar ontkomt niet aan de effecten. Hij zag in het verleden een handvol collega’s uit Groot-Brittannië aftreden na daling op gezaghebbende rankings: ‘Het debat erover is daar heel scherp. Met de hoge salarissen en bonussen voor bestuurders leidt het ook ronduit tot ongewenste prikkels’ (NRC, 2 oktober 2014).

Cito-scores

Veel ouders baseren de keuze voor de basisschool van hun kind op een lijstje met Cito-scores. Maar wat zeggen die scores? Een basisschool kan uitstekend presteren, alle leerlingen krijgen goed onderwijs, alleen door een aantal leerlingen met taalachterstand komt de school niet hoog te staan in de Cito-score. Terwijl een andere school alles op alles zet om maar zo hoog mogelijk in het ‘Cito-lijstje’ te komen, door bijvoorbeeld kinderen met een taalachterstand te weigeren. Een bizar gevolg van de hang naar ‘oliebollenlijstjes’.

De Building Business monitor

Dan zijn er ook nog de lijstjes waarvan op voorhand al duidelijk is dat de klant er niets aan heeft. ‘De Building Business monitor’ is een ranking van corporaties, ontwikkelaars en vastgoedbedrijven. Des te beter je scoort op een aantal punten, des te hoger je op deze lijst komt. Er wordt bij deze oliebollenlijst vooral gekeken naar wat de zogenaamde stakeholder van je organisatie vindt. Als belangrijkste reden voor dit initiatief wordt genoemd dat organisaties zich kunnen verbeteren met de leerpunten die uit het ranking proces komen. Jezelf verbeteren is op zich een nobel streven, maar waarom in hemelsnaam in wedstrijdverband en waarom elk jaar opnieuw? En vooral: wat heeft de klant aan zo’n lijst? De huurders van woningcorporaties hebben geen keuzevrijheid. Ze krijgen hun woningen via de gemeente (woningnet) toegewezen. Je kunt je dus afvragen wat voor zin het heeft voor corporaties om met elkaar te concurreren als een soort commercieel product dat in de schappen ligt. Het zal mensen die huren een worst zijn van wie ze een woning krijgen, als ze er maar een krijgen.

Vergelijkingssites

Helemaal dubieus zijn natuurlijk de lijstjes die gemaakt worden door veel vergelijkingssites. Een aantal organisaties dat wordt beoordeeld, blijkt zelf de sponsor te zijn van de vergelijkingssite. Hé, die ene organisatie komt op deze site iedere keer weer heel gunstig uit de vergelijking, gek hè. Organisaties moeten zich niet concentreren op lijstjes, maar op hun producten of diensten en hun gedrag. En beste klant: Ga niet af op dit soort lijstjes. Gebruik je gezond verstand en oordeel zelf over de kwaliteit. Als je namelijk tevreden bent, en dat aan ander belangstellende wilt vertellen, kan dat leiden tot een positieve en vooral geloofwaardige beeldvorming. Net zoals Jan en Nico doen, die ook dit jaar die overheerlijke oliebollen aan iedereen aanprijzen die het maar willen horen. Eet u allen smakelijk!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *